innigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·nig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord innigheid innigheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

innigheid v

  1. vriendschappelijkheid vaak met lichamelijk contact
    • Met Zijlstra ging Rutte dezelfde weg. Zijlstra moest beloond worden omdat hij vijf jaar waterdrager was geweest tijdens het kabinet-Rutte II (VVD/PvdA; 2012-2017). Ook weer een fiasco. En hoe bevriend Rutte en Zijlstra waren, bleek wel uit het vertoon van openbare innigheid na Zijlstra’s emotionele aftreden in de Tweede Kamer. [1] 
    • Onvermogen tot tederheid is hem onbekend. Aan het einde van de wereldbekerwedstrijd in Nommay stapte Mathieu net voor de meet van de fiets. Hij liep naar de menigte langs het parcours en gaf drie zoentjes op de wangen van opa Poulidor. Hij deed er nog een strelinkje bovenop. Familiale innigheid in het veldrijden. [2] 
    • Ik verloor mijn maagdelijke onwetendheid over massasterven in 1984 tijdens de grote hongersnood in Ethiopië. Iedere ochtend opnieuw legden hulpverleners bij een hongerkamp de honderden lijken op een rijtje. Na enkele dagen wenste ik dat bedrukte gevoel van dood van me af te zetten. De remedie: vechten of neuken. Daar verbaasde ik me toen over. Ja, misschien schaamde ik me wel. Want seks associeerde ik nog met innigheid en liefde. Maar de dood erotiseert de zinnen en doet de normen eroderen. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[4]


Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad Bert van Nieuwenhuizen 19-02-2018 Benoemingsbeleid Drees voorbeeld voor Rutte
  2. NRC Hugo Camps 3 februari 2018 Het supertalent
  3. NRC 19 februari 2018 In rampgebied gaan normen snel schuiven
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be