infarct

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·farct
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘verstopping van de bloedtoevoer’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord infarct infarcten
verkleinwoord infarctje infarctjes

Zelfstandig naamwoord

infarct o

  1. (medisch) afsterving van weefsel ten gevolge van verstopping van een ader of slagader
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen