indommelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·dom·me·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
indommelen
dommelde in
ingedommeld
zwak -d volledig

Werkwoord

indommelen

  1. ergatief in een lichte slaap vallen
    • Ik sloot mijn ogen en hoorde de eerste noten van de Goldbergvariaties van Bach. Ik ademde die eerste frase mee. Een lange zucht ontsnapte vanachter mijn lippen en ik dommelde in slaap. [1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 212
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be