inconsequent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·con·se·quent
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onlogisch’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • samenstelling van consequent met het ontkennend voorvoegsel in- [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen inconsequent inconsequenter inconsequentst
verbogen inconsequente inconsequentere inconsequentste
partitief inconsequents inconsequenters -

Bijvoeglijk naamwoord

inconsequent [3]

  1. met zichzelf in tegenspraak, niet altijd hetzelfde
    • Dat regels handhaven gelijk wordt gesteld aan een gebrek aan warmte is een belangrijk misverstand binnen de hedendaagse opvoeding. Inconsequente handhaving kent verschillende uitingsvormen. Ouders kunnen uit schaamte hun kind in de supermarkt zijn zin geven als dat maar hard en lang genoeg zeurt. Of ze kunnen hun kind niet straffen voor iets wat ze eerder verboden hebben, omdat ze op dat moment te moe zijn of bezoek hebben, om vervolgens het kind bij zijn volgende overtreding extra hard te straffen.[4] 
    • Zijn geroep wijst erop dat de Heer niet wist waar ze waren, zijn vragen dat hij niet wist wat ze hadden gedaan. En dat kleine detail met de kleren van dierenvellen die hij voor hen maakte in de tijd tussen de vervloeking en de verjaging, geeft aan hoe inconsequent en impulsief de aard van zijn optreden was. Met andere woorden, alles wat er in de Schrift over de zondeval staat, wijst erop dat de Heer er niet van tevoren van op de hoogte was. [5]  
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

Verwijzingen