random

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ran·dom
Woordherkomst en -opbouw
  • van Engels random; al in de eerste helft van de 20e eeuw komt het woord in aangehaalde frasen uit het Engels voor ("at random", "random sample"), pas vanaf de tweede helft van de jaren 60 wordt het als gewoon Nederlands woord in zinnen gebruikt
stellend
onverbogen random
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

random

  1. zuiver toevallig
    • Bijna altijd werd een zin met best opgevat als minder sterk van bewoording dan dezelfde zin met heel, erg of ontzettend, terwijl de ordening ten opzichte van vrij en nogal in hoge mate variabel (en dus vermoedelijk random) was. [1]
    • Om een lang verhaal kort te maken, ik heb die boel dus een beetje versleuteld. Je kent het wel, nippeltje op scherp stellen, vuurwerkbommetje in de knalpot, dompelaartje bij het gaspedaal dat ie boven de vijftig omgekeerd reageert, stuurbekrachtiging op random, remkabeltje doorknippen, benzinetank aansluiten op het asbakje, dat werk. [2]
    • Om deze hypothesen te toetsen, trekt Wijnberg een random steekproef van 210 joden uit de populatie van 12.600 joden in Amsterdam. [3]
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˈran-dəm/
Woordafbreking
  • ran·dom

Bijvoeglijk naamwoord

random

  1. willekeurig