impala

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·pa·la
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Zoeloe, in de betekenis van ‘herkauwer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1961 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord impala impala's
verkleinwoord impalaatje impalaatjes

Zelfstandig naamwoord

impala m

  1. (dierkunde) Aepyceros melampus, één van de meest succesvolle soorten antilopen in zuidelijk Afrika
    • Sorry, ik weet niet wat een impala is. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen