if

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Naar frequentie 38
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • (erfwoord): Afkomstig van Middelengels, nevenvorm van yif, yef, uit Oudengels ġif, ġyf, ġef, uit Oergermaans *ebō(i), waaruit ook Oudnoords, Oudsaksisch ef ‘indien, als’, Gotisch ibai ‘of dan, wellicht?’ en Oudhoogduits iba ‘hetzij, ingeval’. Verder zie onder Ndl. of.

Voegwoord

if

  1. indien, als
  2. mits


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit Oudfrans, ontleend aan Gallisch *ivos, verwant met Welsh yw en Oudiers .
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  if     l'if     ifs     les ifs  

Zelfstandig naamwoord

if m

  1. (plantkunde) taxus, venijnboom