taxus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Taxus baccata

Nederlands

tak van de taxus
Uitspraak
Woordafbreking
  • taxus
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘heester’ voor het eerst aangetroffen in 1663 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord taxus taxussen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

taxus m [3]

  1. (plantkunde) conifeer uit de taxusfamilie Taxaceae op Wikispecies dat het giftige taxine bevat
    • Het echtpaar van tuin 22 manifesteerde zich naast een taxus aan de grens, ijverig glimlachend, jaknikkend en aarzelend met de armen zwaaiend. Het waren Betsy & Anko van der Nederpelt, maar ik kende hun namen toen nog niet. Dit was nou net het type contacten dat ik zo vreesde. Hoe aardig te blijven. [4] 
    • Ze lieten Incitatus de steen naar een werkplaats slepen en bleven in de stad tot de zerk met de drie namen onder de taxus op het kerkhof stond. [5] 
    • Al zijn planten zijn aangetast door de buxusmot. Het enige groen dat de tuin nog rest, is een verdwaalde taxus en wat bloemen. ‘Ik snoeide alles met de hand. Ik heb een buxus in de vorm van een eekhoorn. Daar was ik wel drie uur mee bezig’, zegt Simonne. Nu laat ze alles weghalen. ‘Ik zag de eerste tekenen van de larven in maart. En toen is het snel gegaan. In n maand tijd was alles kapot.’[6] 
    • De ‘markt’ van taxusnaalden in Twente, voor de productie van kankermedicijnen, lijkt verzadigd. Bovendien bestaat er steeds meer twijfel over nut en noodzaak van de inzameling.[7] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[8]

Meer informatie

Verwijzingen