hypnotiseuse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hyp·no·ti·seu·se
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hypnotiseuse hypnotiseuses
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hypnotiseuse v

  1. (beroep) vrouwelijke vorm van hypnotiseur

Gangbaarheid


Frans

Uitspraak
  • IPA: /ip.nɔ.ti.zøz/
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  hypnotiseuse     l'hypnotiseuse     hypnotiseuses     les hypnotiseuses  

Zelfstandig naamwoord

hypnotiseuse v

  1. vrouwelijke vorm van hypnotiseur