huis-tuin-en-keukenmiddeltje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • huis-tuin-en-keu·ken·mid·del·tje
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord huis-tuin-en-keukenmiddeltje huis-tuin-en-keukenmiddeltjes

Zelfstandig naamwoord

huis-tuin-en-keukenmiddeltje o dim. tant.

  1. een eenvoudige remedie uit de praktijk van het huishouden
    • Het is maar een huis-tuin-en-keukenmiddeltje, maar het werkt probaat.