houwen af

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hou·wen af
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
afhouwen

houwen (…) af

  1. meervoud tegenwoordige tijd van afhouwen

Gangbaarheid