houwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hou·wen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
houwen
hieuw
gehouwen
klasse 7 volledig

Werkwoord

houwen

  1. inergatief iets met een scherp werktuig trachten af te hakken
    • In de veldslag hieuwen de ridders met hun zwaarden in het rond. 
  2. inergatief het laten ontstaan door houwen.
    • De beeldhouwer was in zijn atelier een waar kunstwerk aan het houwen. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

houwen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord houw

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.