bespotten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·spot·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bespotten
bespotte
bespot
zwak -t volledig

Werkwoord

bespotten

  1. de spot drijven met
    • De cabaretière bespot en bekritiseert BN'ers in haar voorstelling. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bespotten

bespotten

  1. meervoud verleden tijd van bespotten
    • Wij bespotten. 
    • Jullie bespotten. 
    • Zij bespotten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.