homeostase

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·meo·sta·se
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord homeostase -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

homeostase v

  1. (medisch) zelfregulering, chemisch en fysiologisch evenwicht
Vertalingen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Meer informatie