Naar inhoud springen

homeostase

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·meo·sta·se
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord homeostase -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de homeostasev

  1. (medisch) zelfregulering, chemisch en fysiologisch evenwicht
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be