hjemme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hjem·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Oudnoors
Naar frequentie 347

Voorzetsel

hjemme

  1. thuis
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hjemme                    

Zelfstandig naamwoord

hjemme

  1. thuis
    «Hvor har du hjemme?»
    Waar is je thuis?
Schrijfwijzen
Synoniemen