hijsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hij·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hijsen
hees
gehesen
klasse 1 volledig

Werkwoord

hijsen

  1. overgankelijk iets in opwaartse richting trekken, al dan niet middels een katrol
    • Zij hesen de zeilen en voeren hoog aan de wind naar het westen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

hijsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hijs

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie