hees
Uiterlijk
- hees
- In de betekenis van ‘schor’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
- [bijvoeglijk naamwoord] erfwoord Germaans *haisaz, vanwaar ook Angelsaksisch: hās en Oudnoords hás (vergelijk Limburgs heisj)
- [zelfstandig naamwoord] hee met de uitgang -s [2]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | hees | heser | heest |
| verbogen | hese | hesere | heeste |
| partitief | hees | hesers | - |
hees
- (personen) geen helder stemgeluid kunnen produceren.
- Je klinkt nogal hees.
- (stem) niet helder, klankloos.
- Wat heb je toch een hese stem!
| vervoeging van |
|---|
| hijsen |
hees
de hees mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord hee
- Het woord hees staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hees" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "hees" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Erfwoord in het Nederlands
- Jiddisch-Hebreeuws in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %