harrewarren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • har·re·war·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
harrewarren
harrewarde
geharreward
zwak -d volledig

Werkwoord

harrewarren

  1. inergatief ruzie maken
    Zij mogen elkaar niet en gaan om het minste harrewarren.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
64 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl