harpenist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

harpenist achterop het paard zittend
Uitspraak
Woordafbreking
  • har·pe·nist
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van harp met het achtervoegsel -ist
enkelvoud meervoud
naamwoord harpenist harpenisten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

harpenist m [1]

  1. (muziek) (beroep) iemand die een harp bespeelt voor zijn beroep of als hobby
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.

Verwijzingen