harpist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • har·pist
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van harp met het achtervoegsel -ist
enkelvoud meervoud
naamwoord harpist harpisten
verkleinwoord harpistje harpistjes

Zelfstandig naamwoord

harpist m

  1. (beroep) een bespeler van het muziekinstrument harp.
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be