harpist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • har·pist
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van harp met het achtervoegsel -ist
enkelvoud meervoud
naamwoord harpist harpisten
verkleinwoord harpistje harpistjes

Zelfstandig naamwoord

harpist m

  1. (beroep) een bespeler van het muziekinstrument harp.
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie