hangslot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een hangslot.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hang·slot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hangslot hangsloten
verkleinwoord hangslotje hangslotjes

Zelfstandig naamwoord

hangslot o

  1. een slot dat aan een beugel hangt
    • Het hangslot werd door de inbrekers kapotgemaakt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be