halfzuster
Uiterlijk
- Geluid: halfzuster (hulp, bestand)
- IPA: / ˈhɑlᵊfˌsʏstər / (3 of 4 lettergrepen)
- half·zus·ter
- samenstelling van half en zuster
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | halfzuster | halfzusters |
| verkleinwoord | halfzustertje | halfzustertjes |
de halfzuster v
- (familie) een vrouwelijk persoon die óf dezelfde moeder óf dezelfde vader heeft als jou
- Hitler loopt vlak achter de kist, gekleed in een lange, zwarte mantel, zwarte handschoenen en met in zijn ene hand een zwarte hoge hoed. Hij is ernstig gestemd en beheerst. Links van hem loopt zijn zwager, Raubal, en tussen hen in, Paula. Zijn halfzuster, Angela, die zwanger is en binnenkort moet bevallen, zit in een gesloten wagen die achter hen aan rijdt. De rest van het gevolg bestaat uit een paar buren. Kubizek beschrijft de begrafenis als armoedig.[1]
- Drie telgen uit de wijdvertakte en schatrijke familie van wijlen Al Qaida-leider Osama bin Laden zijn dit weekeinde omgekomen bij een vliegongeluk in Groot-Brittannië. Het gaat volgens Arabische media om stiefmoeder Rajaa Hashim, zijn halfzuster Sana en haar man Zuhair Hashim. [2]
- Het woord halfzuster staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "halfzuster" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Knausgard, Karl Ove Vrouw 2015 pagina 508 ISBN 978-90-445-3227-2
- ↑ Volkskrant 2 augustus 2015
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 of 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Familie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %