hakselaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

maïshakselaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • hak·se·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hakselaar hakselaars
verkleinwoord hakselaartje hakselaartjes

Zelfstandig naamwoord

hakselaar m

  1. (landbouw) (gereedschap) landbouwmachine die hooi of stro hakselt
Synoniemen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie