grosseren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: grossieren
Uitspraak
Woordafbreking
  • gros·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
grosseren
grosseerde
gegrosseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

grosseren [1]

  1. overgankelijk overschrijven of in hanteerbare vorm overbrengen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

46 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen