grootheidswaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groot·heids·waan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grootheidswaan grootheidswanen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

grootheidswaan m

  1. (medisch) ingebeelde grootheid, zelfoverschatting
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be