groeperen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groe·pe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
groeperen
groepeerde
gegroepeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

groeperen

  1. (overgankelijk) in groepen stellen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire