groepering
Uiterlijk
- Geluid: groepering (hulp, bestand)
- groe·pe·ring
- Naamwoord van handeling van groeperen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | groepering | groeperingen |
| verkleinwoord | groeperinkje | groeperinkjes |
de groepering v
- groep mensen met een gedeelde overtuiging of mening
- Tussen de verschillende gewapende groeperingen barstte de strijd los.
- Hij behoort niet tot een politieke groepering.
- het groeperen
- Hij gebruikt deze methode voor de groepering van de verschillende gegevens in een aantal klassen.
- Het woord groepering staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "groepering" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be