groepering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groe·pe·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord groepering groeperingen
verkleinwoord groeperinkje groeperinkjes

Zelfstandig naamwoord

groepering v

  1. groep mensen met een gedeelde overtuiging of mening
    • Tussen de verschillende gewapende groeperingen barstte de strijd los. 
    • Hij behoort niet tot een politieke groepering. 
  2. het groeperen
    • Hij gebruikt deze methode voor de groepering van de verschillende gegevens in een aantal klassen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.