groentetuin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

groentetuin
Uitspraak
Woordafbreking
  • groen·te·tuin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord groentetuin groentetuinen
verkleinwoord groentetuintje groentetuintjes

Zelfstandig naamwoord

groentetuin m [1]

  1. een tuin waar groenten worden gekweekt voor eigen gebruik
    • De man verklaarde eksters te willen vangen in verband met schade aan zijn groentetuin en het roven van eieren van zijn kippen. [2] 
    • De biologische groentetuin van De Werkwijzer in Oldenzaal levert dat wat de Voedselbank graag wil hebben. De tuin maakt een topjaar door. [3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen