grasplein

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. aangelegd vlak terrein begroeid met groene sprieten
Uitspraak
Woordafbreking
  • gras·plein
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grasplein graspleinen
verkleinwoord graspleintje graspleintjes

Zelfstandig naamwoord

grasplein o

  1. aangelegd vlak terrein begroeid met groene sprieten
    • Een oude beuk op het grasplein voor het hoofdgebouw behoort tot de mooiste bomen in de hoofdstedelijke agglomeratie. [2]
Synoniemen

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen