gort

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gort
2 enkelvoud meervoud
naamwoord gort gorten
verkleinwoord
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘gepelde gerst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1170 [1]
1 enkelvoud meervoud
naamwoord gort
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gort m

  1. gepelde gerst
  2. gerstekorrel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen