gorilla

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • go·ril·la
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘mensaap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1857 [1]
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘lijfwacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1964 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord gorilla gorilla's
verkleinwoord gorillaatje gorillaatjes

Zelfstandig naamwoord

gorilla m

  1. (dierkunde) Gorilla gorilla, grote mensaap
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen