gokker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gok·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gokker gokkers
verkleinwoord gokkertje gokkertjes

Zelfstandig naamwoord

gokker m [1]

  1. (spel) iemand die gokt (bijv. een kansspel speelt)
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen