gokhuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gok·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gokhuis gokhuizen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gokhuis o

  1. een plaats waar men kan deelnemen aan een kansspel
    • De gemeente heeft het pand begin dit jaar voor een maand gesloten. De twee eigenaars van het bedrijf zijn verhoord, maar zij hebben niets gezegd. Klanten kregen de indruk dat er op paarden gewed kon worden met Runnerz en op andere sportwedstrijden via de Toto. Die organisaties hebben een vergunning van de kansspelautoriteit. Maar het illegale Rotterdamse gokhuis was niet aangesloten bij Lotto/Toto en Runnerz. De kansspelautoriteit vindt de vermenging van legale aanbieders met illegaal gokken schadelijk: het geeft een vals gevoel van zekerheid. [1] 
    • Het casino op Schiphol leed al geruime tijd verlies. Holland Casino heeft voor zijn tweede gokhuis in de hoofdstad gekozen voor 'Ven', het voormalige hoofdkantoor van KPN vlak bij station Amsterdam Sloterdijk, direct aan de ringweg A10. [2] 
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen