glacis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gla·cis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord glacis glacis
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

glacis o

  1. doorschijnende laag (verf die niet dekt)
  2. (bouwkunde) hellende lijst of dorpel in de bouwkunde
  3. (militair) helling aan de buitenkant van een vesting of fort
  4. meervoud van het zelfstandig naamwoord glacis
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

24 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen