glaceren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gla·ce·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
glaceren
glaceerde
geglaceerd
zwak -d volledig

Werkwoord

glaceren

  1. (overgankelijk), (kookkunst) met een laag suiker bedekken en dan verhitten zodat de suiker glanzend wordt, kan ook gedaan worden met honing
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire

Meer informatie