glazuren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gla·zu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
glazuren
glazuurde
geglazuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

glazuren

  1. overgankelijk met een laag glazuur bedekken
    • Die schaal moet eerst nog geglazuurd worden. 
  2. overgankelijk, (kookkunst) met een laag glanzende suiker bedekken
    • Deze taart is prachtig geglazuurd. 
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

glazuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord glazuur

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.