giver

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Woordafbreking
  • gi·ver
Naar frequentie 228

Werkwoord

giver

  1. tegenwoordige tijd van give


Engels

enkelvoud meervoud
giver givers

Zelfstandig naamwoord

giver

  1. gever, donor


Zweeds

Woordafbreking
  • gi·ver

Werkwoord

giver

  1. tegenwoordige tijd van ge