gezien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zien
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in 1921 [1]
  • vervoeging van zien: de stam met omvoegsel ge- -en
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gezien geziener gezienst
verbogen geziene gezienere gezienste
partitief geziens gezieners -

Bijvoeglijk naamwoord

gezien [2] [3]

  1. geacht, in aanzien
Vertalingen

Voorzetsel

gezien [4]

  1. met het oog op, rekening houdend met
Verwante begrippen
  • naar aanleiding van

Werkwoord

vervoeging van
zien

gezien

  1. voltooid deelwoord van zien

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen