geweldpleging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·weld·ple·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geweldpleging geweldplegingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geweldpleging v

  1. het gebruik van geweld
    • De inbreker is aangehouden onder verdenking van diefstal met geweldpleging. 
    • De demonstratie verliep aanvankelijk vreedzaam, maar toen het donker werd liep het toch uit op vernielingen en geweldpleging. 

Gangbaarheid