Naar inhoud springen

gevuld

Uit WikiWoordenboek
  • ge·vuld
vervoeging van: vullen…
verbogen vorm: gevulde

gevuld

  1. voltooid deelwoord van vullen
  2. vormt de voltooide tijden
     Jullie hadden mijn rugzak gedragen, mijn waterflesjes gevuld, mij de beste kamer gegeven, de hele tijd gevraagd of het wel met me ging.[1]
     Dat ze haar halve rugzak heeft gevuld met pillen en poeders.[1]
     Mijn rugzak was gevuld met eten voor negen dagen en de zon was weer even heet als altijd.[2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen gevuldgevuldergevuldst
verbogen gevuldegevulderegevuldste
partitief gevuldsgevulders-

gevuld

  1. vol, dik, uitgebreid
    • De goed gevulde boodschappenman was wel zwaar om te tillen. 
    • Het goed gevulde ontbijtbuffet was een goed begin van de dag. 
  2. van een vulling voorzien
    • Hij was dol op gevulde bonbons. 
    • Zijn gevulde kies bleef gevoelig. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be