gevuld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vuld
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: vullen…
verbogen vorm: gevulde

gevuld

  1. voltooid deelwoord van vullen
  2. vormt de voltooide tijden
     Mijn rugzak was gevuld met eten voor negen dagen en de zon was weer even heet als altijd.[1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gevuld gevulder gevuldst
verbogen gevulde gevuldere gevuldste
partitief gevulds gevulders -

Bijvoeglijk naamwoord

gevuld

  1. vol, dik, uitgebreid
    • De goed gevulde boodschappenman was wel zwaar om te tillen. 
    • Het goed gevulde ontbijtbuffet was een goed begin van de dag. 
  2. van een vulling voorzien
    • Hij was dol op gevulde bonbons. 
    • Zijn gevulde kies bleef gevoelig. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be