gevuld

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vuld

Werkwoord

vervoeging van
vullen

gevuld

  1. voltooid deelwoord van vullen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gevuld gevulder gevuldst
verbogen gevulde gevuldere gevuldste
partitief gevulds gevulders -

Bijvoeglijk naamwoord

gevuld

  1. vol, dik, uitgebreid
    De goed gevulde boodschappenman was wel zwaar om te tillen.
    Het goed gevulde ontbijtbuffet was een goed begin van de dag.