getijdenbeweging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·tij·den·be·we·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord getijdenbeweging getijdenbewegingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

getijdenbeweging v

  1. (waterstaat) door de aantrekkingskracht van de maan veroorzaakte periodieke veranderingen in de waterstand en de daaruit voortvloeiende stromingen
     Het koraal zonder kalkskelet kwam volgens Anemoon vroeger ook voor in het Veerse meer, het Grevelingenmeer, de Oosterschelde en de Zeeuwse Delta. Door de Deltawerken en het afsluiten van de meren is er nauwelijks nog getijdenbeweging en is het koraal daar uitgestorven.[2]
     De tot stinkende riolen verworden grachten in de Antwerpse binnenstad werden tussen de late middeleeuwen en circa 1800 overwelfd. Er ontstond een door de getijdenbewegingen van de Schelde uniek, zelfreinigend rioleringssysteem dat eeuwenlang dienst deed.[3]
Hyponiemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 20 juni 2021 Weblink bron Jules Seegers “Enige koraal in Nederlandse kustwateren ‘uitgestorven’” (26 juni 2011) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 20 juni 2021 Weblink bron “België : In de ruien” (4 mei 2005) op nrc.nl