geste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ges·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geste gestes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geste v/m

  1. gebaar van goede wil
    • De deur openhouden voor iemand is een beleefde geste. 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie