geste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ges·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gebaar’ voor het eerst aangetroffen in 1596 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord geste gestes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geste v/m [3] [4]

  1. gebaar van goede wil
    • De deur openhouden voor iemand is een beleefde geste. 
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

geste

  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van ges

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen