gesp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gesp
enkelvoud meervoud
naamwoord gesp gespen
verkleinwoord gespje gespjes

Zelfstandig naamwoord

gesp

  1. v/m
  2. een metalen pin in een houder bedoeld om door een kledingstuk of riem gestoken te worden en deze bijeen te houden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
gespen

gesp

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gespen
    • Ik gesp. 
  2. gebiedende wijs van gespen
    • Gesp! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gespen
    • Gesp je?