genenbank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·nen·bank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord genenbank genenbanken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

genenbank v/m

  1. (biologie) een plaats waarin genetisch materiaal bestaande uit zaden, sperma en planten wordt opgeslagen
    • Brazilië heeft concrete plannen om met uitsterven bedreigde diersoorten te klonen. Na het aanleggen van een genenbank, bekijken onderzoekers nu met welke techniek en welk dier ze aan de slag zullen gaan. [1] 
  2. verzameling van erfelijke eigenschappen
    • Nederlanders mogen dan volgens recent onderzoek het meest depressieve volk van Europa zijn, we zijn geen zwartkijkers, vindt iets meer dan de helft van de deelnemers aan de Stelling van de Dag. Wel is er sprake van een klaagcultuur, vindt 57 procent. „Klagen en somberen zit in onze protestantse genenbank; de Nederlander houdt van klagen.” [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia 23-10-12 Brazilië bestudeert klonen van bedreigde diersoorten
  2. De Telegraaf GHISLAINE VAN DRUNEN 08 nov. 2013 Uitslag Stelling: Depressief? Flauwekul