gelukwensen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·luk·wen·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gelukwensen
wenste geluk
gelukgewenst
zwak -t volledig

Werkwoord

gelukwensen

  1. (overgankelijk) goede wensen jegens iemand uitspreken, gewoonlijk naar aanleiding van een bijzondere gebeurtenis
    Hij werd van alle kanten gelukgewenst met de geboorte van de tweelingen.

Zelfstandig naamwoord

gelukwensen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gelukwens