gelukwens
Uiterlijk
- ge·luk·wens
- samenstelling van geluk en wens [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gelukwens | gelukwensen |
| verkleinwoord | gelukwensje | gelukwensjes |
de gelukwens m
- belangstellingsbetuiging t.a.v. een gelukkige gebeurtenis die iemand is overkomen
| vervoeging van |
|---|
| gelukwensen |
gelukwens
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gelukwensen
- ... dat ik gelukwens.
- Het woord gelukwens staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gelukwens" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be