wenste geluk
Uiterlijk
- wens·te ge·luk
| vervoeging van |
|---|
| gelukwensen |
wenste geluk
- enkelvoud verleden tijd van gelukwensen
- Ik wenste geluk.
- Jij wenste geluk.
- Hij, zij, het wenste geluk.
- Ik wenste geluk.
- Het woord wenste geluk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.