geldigheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gel·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geldigheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geldigheid v

  1. het geldig zijn, de deugdelijkheid (van wetten, regels, rechten, bewijzen, uitspraken)
    geldigheid bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

zie validiteit


Meer informatie