geknuffel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·knuf·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geknuffel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geknuffel o

  1. het aanhoudend liefkozen
    • In deze alternatieve samenleving wordt een kind geboren met een chromosoom te weinig – lees: hij heeft geen Down. De ouders besluiten om het kind toch te houden. De jongen staat een eenzame tijd te wachten. Zijn aandoening beperkt hem: hij kan niet tegen al dat geknuffel.[1] 
    • De hele familie Borsato en veel bekende vrienden verkozen de eerste musical in 3D boven het prille lentezonnetje. Het was een gekus en geknuffel van jewelste op de rode loper voor Theater Amsterdam toen Marco Borsato en zijn hele familie - vrouw Leontine, de kinderen met aanhang, moeder Mary en broer Armando - langs de stoet fotograferen trok.[2] 
    • Ook Ursula Schipper van de luizenkliniek deelt het vermoeden dat het geknuffel en de selfie's oorzaak zijn van de luizenopmars onder scholieren. Ín mijn tijd zwaaiden we wel eens naar elkaar als de school uitging,'zegt ze, 'maar we zoenden of knuffelden zeker niet.'[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Standaard 2 DECEMBER 2017
  2. Tubantia 10-JANUARI-2017
  3. Volkskrant Iris Koppe 29 augustus 2016