gehuil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·huil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gehuil
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gehuil o [1]

  1. het huilen en met name het geluid dat ermee gepaard gaat
    • Wij hoorden het gehuil van de wolven in de nacht. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen